| CHRISTUS BEVEELT HET VOLK BELASTING TE BETALEN OM DEN BOUW VAN HET KLOOSTER TE VADSTENA TE KUNNEN BEGINNEN. |
| EXTRAVAG. KAP. 32 LAT. TEKST ; KAP. 38 ZWEEDSCHE TEKST. |
|
Christus spreekt : “Ik ben degeen, die Abram gebood zijn zoon te offeren, niet omdat ik te voren zijn onovertreffelijke gehoorzaamheid niet kende, maar omdat ik wenschte, dat zijn goede wil getoond kon worden aan hen die na hem kwamen en hen tot hetzelfde zou aansporen. Zoo wil ik ook nu, dat de heeren van het land een klooster zullen bouwen ter eere van mijn moeder, opdat de zonden in het rijk verminderen. Tot het oprichten van dit klooster vraag ik het volk om hulp, niet omdat het noodig is voor Hem, die Heer is over alles, maar opdat hun bereidwilligheid een goed voorbeeld voor anderen zij.
|