| Christus' woorden tot zijn bruid over hoe hij zichzelf uit vrije wil heeft overgeleverd aan zijn vijanden om gekruisigd te worden en over onthouding van het lichaam, naar het voorbeeld van zijn lijden. |
| BOEK 1 – HOOFDSTUK 11 |
|
De Zoon van God sprak met zijn bruid, zeggende: "Ik ben de Schepper van hemel en aarde, en het is mijn ware lichaam dat wordt ingewijd op het altaar. Hou van me met heel je hart, omdat ik van jou heb gehouden, mezelf heb overgegeven aan mijn vijanden uit vrije wil, terwijl mijn vrienden en mijn Moeder achtergelaten werden in bittere pijn en rouw. Toen ik de lans, de nagels, de zwepen en de andere pijnigende gereedschappen zag klaarliggen, bleef ik in vreugde lijden. Toen mijn hoofd door de kroon van doornen aan alle kanten bloedde, dan, zelfs als mijn vijanden ook m’n hart zouden bezitten, zou ik het nog liever hebben laten splijten en verwond dan jou te verliezen. Dus je bent ontzettend ondankbaar, als je in ruil voor zo’n grote liefdadigheid, me niet liefhebt.
|